
Dit orgel is gebouwd door de firma Bernard Pels & Zn. in 1950 als Opus nummer 249.
Uit het vorige orgel werd het een en ander aan pijpwerk overgenomen. Daardoor heeft dit orgel
weliswaar een neo-barokke dispositie, maar een erg milde en warme klank die sterk aan de
romantische orgels doen denken. Omdat dit orgel geen mechanische
maar een elektropneumatische aansturing heeft is er enige vertraging tussen het
aanslaan van de toets en het spreken van de pijpen in het orgel. Maar daar ondervind men vanwege de plaatsing van
de speeltafel direct (rechts) naast het orgel daar weinig hinder van. Enige jaren geleden heeft een grote
revisie plaatsgevonden waarbij de bedrading van de tractuur (de aansturing) is vernieuwd.

De speeltafel naast het orgel

Deel van het zwelwerk, op de voorgrond de Echo Trompet 8 voet

De windlade van het hoofdwerk aan de onderkant, met de magneten van de tractuur goed zichtbaar

De onderkant van de zwelwerk lade, met de magazijnbalg en windkanaal

Het front vanuit het orgel zelf gezien. Goed zichtbaar is het verschil tussen de grote fontpijpen met aluminiumverf en de kleine pijpjes
zonder
Hoofdwerk: (C-g3)
Quintadena 16'
Prestant 8'
Bourdon 8'
Octaaf 4'
Mixtuur 3-5 sterk
Sesquialtera 2 sterk
Zwelwerk: (C-g3)
Baarpijp 8'
Viola di Gamba 8'
Roerfluit 4'
Prestant 2'
Scherp 2-3 sterk
Echo Trompet 8'
Pedaal: (C-f1)
Subbas 16'
Octaafbas 8'
Gedektbas 8'
Koraalbas 4'
Speelhulpen:
Koppel Hoofdwerk aan Zwelwerk
Koppel Pedaal aan Hoofdwerk
Koppel Pedaal aan Zwelwerk
Tremulant Zwelwerk
Automatisch Pedaal
Vaste Combinaties P, MF, F
Oplosser Automatisch Pedaal
Oplosser Vaste Combinaties
Bronnen:
Gereformeerde Kerk Opperdoes